Le fin. het laatste deel van de reis.

Na onze ervaringen op het platteland werden we weer gewone toeristen die in Pokhara een eigen enclave lijken te hebben. We besloten tot een rustdag en genoten van ons ontbijt in ons straatje bij David's restaurant: de nieuwkomer die zijn plastic stoeltjes en tafeltjes op grove kiezels verschuilt onder parasollen met paraplubaleinen. David maakt met een groot schoolbord zijn ervaringen als chef-kok wereldkundig. Hij kookt en bakt inderdaad goed en zijn prijzen zijn competitief. Daarvoor wiebel je graag wat met je plastieken stoeltje op het grind niet? Eieren en ander stevige kost horen bij de dagelijkse start. Daar staat tegenover dat het middagmaal vaak slechts bestaat uit enkele momos, Tibetaanse in deeg verpakte groenten al of niet met vlees.
Willy mist hier zijn Duveltjes natuurlijk wel en zoekt nu overdag (en 's avonds) zijn heil in Everest, Tuborg of SanMiguel bier. De lokale whisky’s zijn ook betaalbaar met zo'n 75 eurocent per 60 ml. Je zou er liefhebber van worden.
Na een dagje rusten (=winkelen met de dames) gaan we naar de
Peace Pagode. Het is op de weg hier naartoe dat we 4 jaar geleden beroofd zijn. De 4 jongentjes die ons willen vergezellen geven een veilig gevoel. Maar toch! Simone herkent nog precies de plaats van het delict maar door het gekwetter van de schoolkinderen zijn we er al voorbij voordat ik er erg in heb. De zon schijnt fel maar het uitzicht op de groten der aarde is adembenemend.
Na 400 meter dalen op de stenen trappen zijn we weer op het niveau van het meer. Een door
woman power gedreven bootje brengt ons weer terug in de toeristenmolen.
Sarankot, een heuvel die met zijn 1560 m en 700 m hoger ligt dan Pokhara wordt tot verbazing van de bewoners te voet beklommen. Het is zweten maar we kijken recht in het hart van de Himalaya. Eenmaal boven genieten we in de felle zon van heerlijke gestoomde momos en een glas citroenthee. Onder de felgekleurde hanggliders bungelen vredig zwarte figuurtjes. We nemen de noordelijke weg terug. De geschatte 2000 treden worden moeiteloos genomen.

Tijdens de afdaling schitteren de golfplaten van een 2x2 meter hutje in de zon. Je wordt non verbaal door de eigenaar, een ambitieuze ondernemer, voor een bier of Cola uitgenodigd. Dorstig wordt je zeker van zo'n afdaling maar hij moet zijn drank wel erg goedkoop inkopen om van de enkele klant te kunnen leven. Vrij plots komen we bij de teerweg langs het meer. Via een cafébezoek zijn we dan snel bij ons hotel.
Voor de maaltijd gaan we naar de Tibetaan die superpizza’s op zijn Tibetaans maakt. De Italianen kunnen hier nog wat van leren en ik stel voor om wereldwijd de naam pizza te vervangen door het Tibetaanse equivalent.
Pokhara's temperatuur is aangenaam tot laat in de avond. De lucht daarentegen krijgt door individuele vuilverbranding 's morgens en 's avonds een prikkelend effect door het chloor uit de plastiek. We praten niet over de PCB's. Alles went maar die geur wordt zo langzamerhand kenmerkend voor heel het Indische subcontinent.
Met wat contacten en omkoperij zijn er hier veel mogelijkheden voor ondernemers. Het is een eldorado voor belastingontduikers en het arbeidsloon is verschrikkelijk laag. Een dagloner sjouwt zich al rot voor 200 rupies (2 euro) Een Engels sprekende winkelverkoper krijgt 120 euro per maand. Met een fooi geeft van 1 euro kan je niets meer fout doen.
Onze gastheer koopt voor ons buskaartjes naar Tansen: vraagprijs 700 rupies. Kostprijs 300. Shakkar speelt een “netwerkjoker” uit en we krijgen 300 terug. De man geeft ons nog foldertjes van zijn hotel om af te geven in Tansen maar Simone verscheurt ze.
We worden door Shankar en zijn neef, taxichauffeur, op het busstation uitgezwaaid.
De rit naar Tansen levert fantastische vergezichten op als je aan de rechterkant van het busje zit tenminste. Onze chauffeur, in krijtstreepjesbroek en trainingsjasje, rijdt gelukkig met veel verantwoording maar een baan als acrobaat in het circus lijkt minder risico's in te houden.
We komen na enige discussie terecht in hotel Shrinagar dat ver verheven boven de stad op 1300 meter ligt. Het is er koel. Helaas zien we de besneeuwde bergtoppen door de mist slechts af en toe. We hebben er een goede kamer met regelmatig warm water en goede matrassen. Bezoek aan een in het dal van de Kali Gandaki rivier gelegen paleis (ongeveer 3 uur heen en 4 uur terug) lijkt niet haalbaar. In plaats daarvan gaan we de stad bezoeken. Er zijn talloze prachtige gevels in Newari stijl maar het overgrote deel is volledig verwaarloosd. Nog een 20 jaar en er geen historisch Tansen meer.

De 2de nacht in Tansen manifesteert zich bij mij een flinke maagdarminfectie waarbij ik 2 maal onderuit ga en mijn gezicht flink bezeer. 2 tanden zijn ietsjes korter geworden. Na 12 uur is het feest in de buik over en heb alleen nog pijnlijke linker zij, zijn Simone en ik hartstikke moe en loop ik nu met een reservebril op een gehavend gezicht. Veel zal het ontbijt en de lunch niet kosten vandaag.
De bus naar Bhairawa slingert zo veel dat zelfs de darmen mee zullen klutsen. Deze test heb ik goed doorstaan als we na 2,5 uur in
Bhairawa in de Terai aankomen.
Hier kunnen we niet verder omdat de taxi’s en bussen staken. Er zijn nl bevolkingsgroepen die meer zeggenschap willen en die de trucjes om dit te bereiken van de Maoïsten hebben kunnen afkijken. We belanden in het zakenhotel Fawan dat in ieder geval een ac heeft en goede bedden. Er lijkt geen betere keus in deze werkstad waar we geen blankhuid tegenkomen.
Op de groentemarkt liggen de producten van honderden hard werkende boertjes te glimmen in de avondzon. De arme sloebers gunnen ons slechts een korte blik waarschijnlijk wetende dat wij niets zullen kopen. Het geeft bijna een voyeuristisch gevoel. Het is er wel ongewoon schoon. We gaan om 20.00 genieten van ons pocketveringmatras in de heerlijk gekoelde kamer.
Na het ontbijt lopen we naar het busstation. Veel winkelluiken zijn dicht en er rijden niet veel riksjas. Taxi’s zien we helemaal niet. Om de hoek van ons hotel staat oproerpolitie. Rondvragen levert pas na 2 uur een antwoord: een goed Engels sprekende agent (die heb ik nog niet vaak ontmoet) vertelt dat zij hier zijn om 2 rivaliserende lokale groepen uit elkaar te houden tijdens hun overleg. Er is geen redelijk café of gezellig restaurant in dit stadje, dus slenteren we maar wat. Dat de meeste winkels dicht zijn maakt de straf groter.
Plots komt er een taxichauffeur naar ons toe en voor 800 NPR scheurt hij ons over de weg vol met fietsers, koeien en voetgangers naar Lumbini waar een verzameling boedhatempels staat. Na 2 x aanmanen neemt de centrifugale kracht in de auto wat af. Of we vervoer terug krijgen blijft spannend.
In
Lumbini dorp zou Boeddha geboren zijn. Door verschillende landen zijn/worden tempels gebouwd. Twee tanige riksjachauffeurs (een jonkie en een vijftiger) rijden zich voor ons in het zweet naar de verschillende bouwsels. Ze vinden het ongewoon als Willy en ik meeduwen wanneer het zand te rul wordt. Hier wordt adel gemaakt. Het bezoek loopt via de
Germany tempel naar die van China, Thailand en Birma.

Ik vind ze allemaal tegenvallen. Rond de plaats waar Boeddha waarschijnlijk geboren is, staan diverse bewakers. De verering heeft niet de status van die van Ho Chi Min maar hem staat een vrij totalitair regime ter beschikking.
We krijgen na ons bezoek een taxichauffeur te pakken die ons naar Bhairawa terug wil rijden. Zijn kamikazeneigingen doen nauwelijks onder voor die van onze eerdere chauffeur.
We maken die avond van de restaurantfaciliteiten van ons eigen hotel gebruik simpel omdat er niets anders is.
18 november: de dag om in
Garakpur (India) het vliegtuig naar
Delhi te nemen. De poort van luchtmachtbasis wordt speciaal voor ons geopend. Eén wachtkamertje met 12 stoelen, een WC en de incheckbalie is het enige dat er is voor de burgers. Militairen doen de controles. Geen restaurantje dus maar de honger knaagt. De poortwachter terug opgezocht. Hij hield een riksja aan en maande ons niet meer te betalen dan 6 roepies en gaf de chauffeur instructies waar ons af te zetten. Een luchthaven van een bijzondere soort dus. De Migs vliegen ons letterlijk rond de oren.
We komen in het donker in Delhi aan. Hotel Apra inn in Karol Bagh blijkt niet aan de de kwaliteiten uit de internetsite te voldoen: geen restaurant, geen internet, en een antieke niet werkende ac. En dat voor het duurste hotel van de hele vakantie.
De laatste dag in Delhi wordt gewijd aan Mahatma Gandi. De taxi brengt ons naar een verkeerde plaats en we bezoeken het park waar hij gecremeerd werd. Vervolgens zet een (andere) taxie ons weer verkeerd af bij een monument ter ere van Indira.

We lopen nu maar naar het museum van Mahatma dat staat bij de plaats waar hij in 1947 vermoord werd. Op sokken mogen we de plek bezoeken. Het is erg indrukwekkend wat deze man betekend heeft. Hij valt in de klasse van Maarten Luther King en de Dalai Lama. Een bezoek aan het Nationaal Museum wordt verruild voor wat winkelen in Connaught place, het winkelcentrum van Delhi.

Als afsluiting van onze vakantie hebben we een heerlijk diner in het stijlvolle United Coffee House in het centrum van New Delhi.
Op 20-11-2008 vliegen we weer naar huis.