woensdag, juni 24, 2009

Naar Sant Iago de Campus Stellae vanaf Le Puy en Velay in 27 dagen.


In april en mei 2009 liepen Frans Spronk en  ruim 1500 km van de weg naar Santiago de Compostela Frances


Een "volledig" verslag vind U na het aanklikken van de volgende link:

https://docs.google.com/fileview?id=0B0FT4BbpcVI9YWZlMzkyOWUtM2EyMS00ZjhhLWJjODAtZjBlMDA5ZmZjYWJk&hl=nl

zaterdag, november 22, 2008

Le fin. het laatste deel van de reis.


Na onze ervaringen op het platteland werden we weer gewone toeristen die in Pokhara een eigen enclave lijken te hebben. We besloten tot een rustdag en genoten van ons ontbijt in ons straatje bij David's restaurant: de nieuwkomer die zijn plastic stoeltjes en tafeltjes op grove kiezels verschuilt onder parasollen met paraplubaleinen. David maakt met een groot schoolbord zijn ervaringen als chef-kok wereldkundig. Hij kookt en bakt inderdaad goed en zijn prijzen zijn competitief. Daarvoor wiebel je graag wat met je plastieken stoeltje op het grind niet? Eieren en ander stevige kost horen bij de dagelijkse start. Daar staat tegenover dat het middagmaal vaak slechts bestaat uit enkele momos, Tibetaanse in deeg verpakte groenten al of niet met vlees.
Willy mist hier zijn Duveltjes natuurlijk wel en zoekt nu overdag (en 's avonds) zijn heil in Everest, Tuborg of SanMiguel bier. De lokale whisky’s zijn ook betaalbaar met zo'n 75 eurocent per 60 ml. Je zou er liefhebber van worden.
Na een dagje rusten (=winkelen met de dames) gaan we naar de Peace Pagode. Het is op de weg hier naartoe dat we 4 jaar geleden beroofd zijn. De 4 jongentjes die ons willen vergezellen geven een veilig gevoel. Maar toch! Simone herkent nog precies de plaats van het delict maar door het gekwetter van de schoolkinderen zijn we er al voorbij voordat ik er erg in heb. De zon schijnt fel maar het uitzicht op de groten der aarde is adembenemend.
Na 400 meter dalen op de stenen trappen zijn we weer op het niveau van het meer. Een door woman power gedreven bootje brengt ons weer terug in de toeristenmolen.

Sarankot, een heuvel die met zijn 1560 m en 700 m hoger ligt dan Pokhara wordt tot verbazing van de bewoners te voet beklommen. Het is zweten maar we kijken recht in het hart van de Himalaya. Eenmaal boven genieten we in de felle zon van heerlijke gestoomde momos en een glas citroenthee. Onder de felgekleurde hanggliders bungelen vredig zwarte figuurtjes. We nemen de noordelijke weg terug. De geschatte 2000 treden worden moeiteloos genomen.

Tijdens de afdaling schitteren de golfplaten van een 2x2 meter hutje in de zon. Je wordt non verbaal door de eigenaar, een ambitieuze ondernemer, voor een bier of Cola uitgenodigd. Dorstig wordt je zeker van zo'n afdaling maar hij moet zijn drank wel erg goedkoop inkopen om van de enkele klant te kunnen leven. Vrij plots komen we bij de teerweg langs het meer. Via een cafébezoek zijn we dan snel bij ons hotel.
Voor de maaltijd gaan we naar de Tibetaan die superpizza’s op zijn Tibetaans maakt. De Italianen kunnen hier nog wat van leren en ik stel voor om wereldwijd de naam pizza te vervangen door het Tibetaanse equivalent.

Pokhara's temperatuur is aangenaam tot laat in de avond. De lucht daarentegen krijgt door individuele vuilverbranding 's morgens en 's avonds een prikkelend effect door het chloor uit de plastiek. We praten niet over de PCB's. Alles went maar die geur wordt zo langzamerhand kenmerkend voor heel het Indische subcontinent.

Met wat contacten en omkoperij zijn er hier veel mogelijkheden voor ondernemers. Het is een eldorado voor belastingontduikers en het arbeidsloon is verschrikkelijk laag. Een dagloner sjouwt zich al rot voor 200 rupies (2 euro) Een Engels sprekende winkelverkoper krijgt 120 euro per maand. Met een fooi geeft van 1 euro kan je niets meer fout doen.

Onze gastheer koopt voor ons buskaartjes naar Tansen: vraagprijs 700 rupies. Kostprijs 300. Shakkar speelt een “netwerkjoker” uit en we krijgen 300 terug. De man geeft ons nog foldertjes van zijn hotel om af te geven in Tansen maar Simone verscheurt ze.
We worden door Shankar en zijn neef, taxichauffeur, op het busstation uitgezwaaid.
De rit naar Tansen levert fantastische vergezichten op als je aan de rechterkant van het busje zit tenminste. Onze chauffeur, in krijtstreepjesbroek en trainingsjasje, rijdt gelukkig met veel verantwoording maar een baan als acrobaat in het circus lijkt minder risico's in te houden.
We komen na enige discussie terecht in hotel Shrinagar dat ver verheven boven de stad op 1300 meter ligt. Het is er koel. Helaas zien we de besneeuwde bergtoppen door de mist slechts af en toe. We hebben er een goede kamer met regelmatig warm water en goede matrassen. Bezoek aan een in het dal van de Kali Gandaki rivier gelegen paleis (ongeveer 3 uur heen en 4 uur terug) lijkt niet haalbaar. In plaats daarvan gaan we de stad bezoeken. Er zijn talloze prachtige gevels in Newari stijl maar het overgrote deel is volledig verwaarloosd. Nog een 20 jaar en er geen historisch Tansen meer.

De 2de nacht in Tansen manifesteert zich bij mij een flinke maagdarminfectie waarbij ik 2 maal onderuit ga en mijn gezicht flink bezeer. 2 tanden zijn ietsjes korter geworden. Na 12 uur is het feest in de buik over en heb alleen nog pijnlijke linker zij, zijn Simone en ik hartstikke moe en loop ik nu met een reservebril op een gehavend gezicht. Veel zal het ontbijt en de lunch niet kosten vandaag.

De bus naar Bhairawa slingert zo veel dat zelfs de darmen mee zullen klutsen. Deze test heb ik goed doorstaan als we na 2,5 uur in Bhairawa in de Terai aankomen.

Hier kunnen we niet verder omdat de taxi’s en bussen staken. Er zijn nl bevolkingsgroepen die meer zeggenschap willen en die de trucjes om dit te bereiken van de Maoïsten hebben kunnen afkijken. We belanden in het zakenhotel Fawan dat in ieder geval een ac heeft en goede bedden. Er lijkt geen betere keus in deze werkstad waar we geen blankhuid tegenkomen.
Op de groentemarkt liggen de producten van honderden hard werkende boertjes te glimmen in de avondzon. De arme sloebers gunnen ons slechts een korte blik waarschijnlijk wetende dat wij niets zullen kopen. Het geeft bijna een voyeuristisch gevoel. Het is er wel ongewoon schoon. We gaan om 20.00 genieten van ons pocketveringmatras in de heerlijk gekoelde kamer.
Na het ontbijt lopen we naar het busstation. Veel winkelluiken zijn dicht en er rijden niet veel riksjas. Taxi’s zien we helemaal niet. Om de hoek van ons hotel staat oproerpolitie. Rondvragen levert pas na 2 uur een antwoord: een goed Engels sprekende agent (die heb ik nog niet vaak ontmoet) vertelt dat zij hier zijn om 2 rivaliserende lokale groepen uit elkaar te houden tijdens hun overleg. Er is geen redelijk café of gezellig restaurant in dit stadje, dus slenteren we maar wat. Dat de meeste winkels dicht zijn maakt de straf groter.
Plots komt er een taxichauffeur naar ons toe en voor 800 NPR scheurt hij ons over de weg vol met fietsers, koeien en voetgangers naar Lumbini waar een verzameling boedhatempels staat. Na 2 x aanmanen neemt de centrifugale kracht in de auto wat af. Of we vervoer terug krijgen blijft spannend.
In Lumbini dorp zou Boeddha geboren zijn. Door verschillende landen zijn/worden  tempels gebouwd. Twee tanige riksjachauffeurs (een jonkie en een vijftiger) rijden zich voor ons in het zweet naar de verschillende bouwsels. Ze vinden het ongewoon als Willy en ik meeduwen wanneer het zand te rul wordt. Hier wordt adel gemaakt. Het bezoek loopt via de Germany tempel naar die van China, Thailand en Birma.

Ik vind ze allemaal tegenvallen. Rond de plaats waar Boeddha waarschijnlijk geboren is, staan diverse bewakers. De verering heeft niet de status van die van Ho Chi Min maar hem staat een vrij totalitair regime ter beschikking.

We krijgen na ons bezoek een taxichauffeur te pakken die ons naar Bhairawa terug wil rijden. Zijn kamikazeneigingen doen nauwelijks onder voor die van onze eerdere chauffeur.
We maken die avond van de restaurantfaciliteiten van ons eigen hotel gebruik simpel omdat er niets anders is.

18 november: de dag om in Garakpur (India) het vliegtuig naar Delhi te nemen. De poort van luchtmachtbasis wordt speciaal voor ons geopend. Eén wachtkamertje met 12 stoelen, een WC en de incheckbalie is het enige dat er is voor de burgers. Militairen doen de controles. Geen restaurantje dus maar de honger knaagt. De poortwachter terug opgezocht. Hij hield een riksja aan en maande ons niet meer te betalen dan 6 roepies en gaf de chauffeur instructies waar ons af te zetten. Een luchthaven van een bijzondere soort dus. De Migs vliegen ons letterlijk rond de oren.
We komen in het donker in Delhi aan. Hotel Apra inn in Karol Bagh blijkt niet aan de de kwaliteiten uit de internetsite te voldoen: geen restaurant, geen internet, en een antieke niet werkende ac. En dat voor het duurste hotel van de hele vakantie.

De laatste dag in Delhi wordt gewijd aan Mahatma Gandi. De taxi brengt ons naar een verkeerde plaats en we bezoeken het park waar hij gecremeerd werd. Vervolgens zet een (andere) taxie ons weer verkeerd af bij een monument ter ere van Indira.

We lopen nu maar naar het museum van Mahatma dat staat bij de plaats waar hij in 1947 vermoord werd. Op sokken mogen we de plek bezoeken. Het is erg indrukwekkend wat deze man betekend heeft. Hij valt in de klasse van Maarten Luther King en de Dalai Lama. Een bezoek aan het Nationaal Museum wordt verruild voor wat winkelen in Connaught place, het winkelcentrum van Delhi.











Als afsluiting van onze vakantie hebben we een heerlijk diner in het stijlvolle United Coffee House in het centrum van New Delhi.
Op 20-11-2008 vliegen we weer naar huis.

maandag, november 10, 2008

Pokhara, 8 november 2008

Ons hotel in Kathmandu ligt midden in de toeristenwijk Thamel omgeven door hoge gebouwen waaronder 2 disco’s!!!. Ze maken zoveel lawaai dat je op straat elkaar amper kan verstaan. De regering heeft sluiting om 23.00 bevolen dus wordt het om half 12 rustig. Een misser dus die werd aangeraden door zowel de reisgidsen Trotter als Lonely Planet. De kamer is redelijk maar we kijken uit op muren. De honderden winkeliers hier proberen sokken, rugzakken, sieraden en kitsch te verkopen. De prijzen vormen de lokkertjes. Het kost moeite te realiseren dat je niet voor deze dingen in Nepal bent maar voor de oude kleine duistere en stoffige winkeltjes die je hier en daar nog vindt en de machtig mooie Bodnath en Kopan tempels. We wonen een crematie bij en deels daarmee samenvallende lichtceremonie (arati).

De crematie is erg indrukwekkend. Dat de kinderen een potje Kung fu oefenen op een van de verbrandingsplaatsen langs de Bagmati rivier terwijl de rouwenden bloemen strooien over het met kleurige gewaden bedekte lichaam trekt nauwelijks aandacht . Een dode hond drijft de rivier af en blijft langzaam rondjes draaien net onder de crematieplaats. De schemering is al aardig gevorderd als, nog voor het vuur is aangestoken, het maandelijkse arati lichtspel ter ere van een Hindoegod aan de andere kant van de 20 m brede rivier begint. De 2 gebeurtenissen hebben kennelijk niets met elkaar van doen. In het donker gaan we stil terug naar de schreeuwerige binnenstad. De koningsstad Patan net onder Kathmandu straalt in de ochtend een heerlijke rust uit. We lopen van tempel naar tempel. De ene heeft 5 etages (Kumbeshwar), de andere is rijk versierd met goud (Golden temple) maar de prachtigste verzameling vinden we op het Durbar plein voor een oud koninklijk paleis.



De indrukken zijn overweldigend en ik wil er verschillende keren langs lopen om alles goed op me kunnen laten inwerken. Er zijn veel mensen, zelfs jonge bromfietsers die drugs kopen maar er heerst toch een prettige rust (neemt iedereen drugs hier?) Het is donker als we in de nauwe steegjes van Patan belanden en de weg kwijt raken. We vragen vele malen naar de juiste weg maar hebben enkele malen in een rondje gelopen voordat we bij het hoofdplein van de stad terug waren. Samengepakt in een glimmende Suzuki minitaxi rijdt een vriendelijke chauffeur ons voor de laatste nacht in Kathmandu naar het hotel terug. De luidsprekers van de disco's lijken vermoeit. Het is een stuk rustiger die nacht. Een les: laat Thamel links (of rechts) liggen als je een beetje rust wil hebben in Nepal's hoofdstad.



We staan te laat op om de toeristenbus naar Pokhara te halen. Opnieuw wordt alle bagage in een taxietje gepropt. De eigenaar vraagt 200 Rupies om ons 2 straten verder te brengen. We zeuren niet maar als het 4 straten wordt en de prijs 2,5 keer meer wordt komen dan is het te gortig. Het aanvankelijk vriendelijke gezicht van de man verandert in dat van een wilde crimineel. Hij kan de pot op. De strekking van dit gezegde kent hij waarschijnlijk niet want bijna iedereen heeft hier een hurktoilet. De chauffeur van het minibusje dat ons naar Pokhara zal brengen spreekt vloeiend Engels (15 jaar in Dubai gewerkt) en krijgt gedaan dat boze taximan met 400 Rupees tevreden is. Bye bye Kathmandu.

De in de gidsen vermelde reistijd tot Pokhara van 8 uur wordt verkort tot 4,5 uur ondanks een rustpauze van 30 minuten. Het is een levensgevaarlijke weg die je beter niet kan doen in omgekeerde richting want dan rijdt het voertuig aan de ravijnkant. Pokhara ligt een stuk lager dan Kathmandu (ong. 850 m) en het is er heerlijk warm in deze tijd van het jaar. De Anapurnas laten zich van hier uit al redelijk bekijken.


De toeristische activiteiten zijn hier qua afstand gescheiden van het dagelijkse leven van de Pokharezen. In de tientallen stalletjes langs de hoofdstraat van de wijk Lake side worden duizenden Chinese, Nepalese en Indiase prullaria te koop aangeboden. Vooral de (gevluchte) Tibetanen zijn de Arabieren van Afrika. Hun glimlach lijkt volledig ontdaan van geldelijk gewin maar hun aanhoudendheid doet anders vermoeden. Over de prijs moet altijd onderhandeld worden. Na een korting van soms 60 of 70% kom je nog aan een voor hen acceptabele winstmarge. Onze dames laten zich graag (door de verkopers) verleiden. Voor kinderfleecjes, sokken, broeken en hemden laten we hen graag alleen op verkenning uitgaan. Hotel Silver Oaks Inn laat ons voor 10 Euro's per nacht in ruime kamers slapen. Als je er 's middags op tijd bij bent is de douche lekker warm. David's restaurant in ons straatje levert voor de helft van die prijs een superonbijt . Voor 4 personen wel te verstaan. Simone heeft geld ingezameld voor het afbouwen van een dorpshuis(je) in het plaatsje Ghachock op een 3 uur lopen van Pokhara. Hier waren we 4 jaar geleden met de gids Rami Dahal die in hier opgroeide en nu tijdelijk in Oslo werkt om te sparen voor zijn terugkomst. Omdat het huis nu in gebruik is als collectieve melkkoeling waren we gevraagd iets te doen voor de lokale SHHP (self help health post). De 2 werkers daar maakten een lijst op waarna bij de lokale middenstand medisch

instrumentarium, 4 wachtkamerstoelen, een kast en waterfilterwerden aangeschaft. Het resterende geld wordt aangewend voor het cementeren van de binnenmuur van het dorpshuisje. De gezondheidswerkers leken bijzonder blij met de nieuwe spullen en de volgende dag werd een kleine ceremonie gehouden.
We kregen slingers omgehangen en op ons voorhoofd werd een kolossale rode tika aangebracht.

We verbleven in Ghachok op het (zeer) eenvoudige boerderijtje van de ouders van Rami. Het bleek oogsttijd te zijn. Er wordt dan zolang het licht is een enorme fysieke inspanning verricht. Iedereen wordt opgetrommeld. Zo ook Rami's broer en vrouw, zijn zus en vrouw die in de stad wonen. Toen kwamen wij daar ook nog eens bij voor 3 nachten.


We deden wel ons best op het veld maar onze bijdrage was waarschijnlijk meer symbolisch.





De familie Dahal(en waarschijnlijk de meeste Hindoes daar) heeft een uitgesproken set regels die de rechten en plichten tussen de leden bepaalt. Rami's vader is een bijzonder rustige stille hardwerkende man en ik weet niet of zijn 17 jaar jongere vrouw (49) of hij thuis de scepter zwaait. Ook al eten we 's morgen,'s middags en 's avonds dal baht (veel rijst met curiegroenten en linzensoep) het wordt met liefde klaargemaakt op het open houtvuur in de keuken Deze is met een gordijn afgeschermd van de woonkamer die vroeger deze functie had. Een spierwitte mot en grijze 8 cm grote spin op het teerzwarte plafond waken er 's nachts. De 2 banken in de woonkamer zijn onze bedden. Als 's morgens de zon nog niet zichtbaar is en de rook van de keuken dat door het gordijn komt mijn neus vervelend prikkelt wordt het tijd om aan opstaan te denken. Niet erg als je om 21.00 naar bed bent getogen. Op de 2de avond van ons verblijf wordt er door een buurman een kip geslacht. Onze gastheer spreekt zijn fles Royal Stag whisky aan en de vrouwen brengen ons wat nootjes. Ook enkele mannelijke buren delen het grasmatje dat op de kleirode vloer wordt uitgerold. Er wordt veel, vaak non-verbaal, gecommuniceerd.



Het eten smaakt mij goed. We worden van gast naar familie gepromoveerd.


Met Rami's broer Shankar maken we de volgende dag een dagtrek naar het noordelijker Goropani (warm water), een plek langs de vrij wilde Setirivier waar warmwaterpoeltjes liggen. Die laten we voor wat ze zijn en genieten van de landelijke activiteiten en de fascinerende gezichten op de reuzen van de Himalaya.










dinsdag, november 04, 2008

Pokhara, Nepal 3 november 2008.

Sommigen zullen al eerder een bericht van ons hebben verwacht maar als je met z,n vieren bent er veel gepraat, gewandeld, gekoffied en andere dingen gedronken. Daarnaast had ik onze ervaringen van 10 dagen al netjes op de PDA staan maar door een electronisch ongeluk werd alles gewist. Dat was huilen. Dus beginnen we opnieuw.

We bezochten Dubai luchthaven midden in de nacht waar het net zo druk is als op Schiphol overdag. Het lijkt dat de in wit gestoken arabieren door hun welvaart te lang geworden zijn om kamelen te berijden. In New Delhi worden we opgewacht door een taxichaufeur van hotel Tara
Palace. Ons paleis vindt hij in een 3 meter breed steegje in Old Delhi dat ook gedeeld

wordt met een handelaar, een straatschrijnwerker en een vuilsorteerbedrijfje. Overigens, de naam van een hotel hier zegt niet veel. Palace, resort, guesthouse, house kunnen van 1 tot 5 sterren varieren evenals de buitenkant. Ons paleis ziet er in ieder geval van binnen goed uit. Het is inmiddels tegen de middag en we zweven tussen vermoeidheid en de prikkelende werking van onze nieuwe omgeving. Het kost moeite om het middagdutje niet uit te laten lopen tot een volledige nachtrust.

We gaan op stap in onze nieuwe omgeving. De onderste 50 cm van Delhi lijkt alleen te
bestaan uit voeten, voertuigen en asfalt. We schuifelen mee en verkennen de grootste maar

architectonisch niet erg interessante moskee van India, (25000 plaatsen). Het rode fort is wel mooi. De lange hoge muur van het fort straalt rust uit. Bij de Lahore poort staan militairen achter mitrailleurs op landrovers . Het is een plaats waar politieke discussies worden gehouden. Een tiental in lange witte kleding gestoken en van baarden voorziene mannen lijken dat ook te doen.


Slingerend tussen de Tata vrachtwagens, bussen en mini mpvs brengen 2 magere indiers ons in hun fietsriksja naar een restaurant. De chauffeur die Willy en mij vervoert weegt amper 45 kg en staat meestal op de trappers. Zijn beenspieren zijn echt voer voor fysiologen.
De indische keuken is erg geraffineerd maar of we de smaak echt kunnen waarderen is wegens mijn vermoeidheid toch twijfelachtig. Omdat een riksja en de meeste andere voertuigen geen licht (aan) hebben gaan we liever te voet terug naar het hotel. Delhi kent 2 werelden: één bij dag en één 's nachts. Die lijken maar weinig overeenkomsten te hebben. Toch komen we aan bij Tara Palace en vallen in een diepe slaap.

Na een wat te doorzichtige poging van de hotelmanager om ons meer te laten betalen dan was afgesproken bracht een taxi ons in 1 uur en 15 minuten naar de luchthaven om naar
Bagdogra in West Bengalen te vliegen. Na enig onderhandelen zullen we na 3 uur voor 22 Euro in Darjeeling zijn.
We komen in het donker aan. Dat is meteen de gelegenheid voor Madeleine en Willy om
voor de eerste keer in he openbaar hun rugzakken te proberen. Na diverse nees komen we de enige 2 heeel grote kamers van het Shangrila terecht. De enige oveeenkomst met de dure bekende naamgenoot is het sanitair. De matrassen zijn nauwelijks 5 cm dik. De volgende dag dalen we de Nehru road af naar het veel gezelliger Tibetaanse Dekeling hotel. Het eten van hun simpele restaurant is een genot en dat voor 15 euro met zijn vieren. Wegens een tekort aan kamers regelt de gastvrouw voor Willy en Madeleine een mooie kamer in een nabij Tibetaans conferentieoord. Bij ons afscheid krijgen we een Tibentaanse sjaal omgehangen.

De omgeving van het op 2100 meter gelegen Darjeeling is prachtig. Vaak is er zicht op een van die kolossale 8000ders. Doordat het vrij dicht bevolkt is komen we bij onze wandeling buiten de stad altijd mensen tegen. Degenen die ons niet aanschieten voor een praatje worden soms door Willy aangesproken. Tegen het donker komen we terug.

Kalimpong ligt op zo'n 2 uur rijden van Darjeeling en is onze volgende bestemming. We worden bij he hotelletje met de naam Cloud9 aan de Abbey road met open armen ontvangen door de grijzende en van snor voorziene Tibetaanse gastheer die een enorme gelaatstic heeft. Hj is een fanatieke Beatle fan die in ons een willig gehoor heeft gevonden. Na een Bhutaanse maaltijd waarvan de kwalteiten alleen in superlatieven kan worden beschreven pakt onze gastheer zijn gitaar en zingt op verzoek. Willy lijkt zijn Beatletijd het meest intens te hebben beleefd want hij kent de meeste melodieen en titels. Onze acteur komt bijna in een trans en zijn tic verdwijnt volledig. Hij gaat wel lang door en tot mijn schrik kan ik een geeuw nauwelijks onderdrukken. Hij bemerkt dat en belooft na nog een song ermee op te houden. Na 4 gaan we naar bed en de zachte maar continue regen wiegt ons in slaap.

De volgende dag lopen we in de regen via een militair kamp naar een tempel. Sommige militairen dragen er opvallend mooie hoofddeksels en dito uniformen. Ze nemen zichzelf duidelijk erg serieus. Zou dit een kwekerij van hanen zijn? Als we terug in het stadje komen gaan we naar de markt. Daarna worden bij de kapper voor 0,75 eurocent mijn haar, hoofd- en schouderspieren bewerkt. Dit alles neemt bijna 1 uur in beslag. Ook Willy staat er weer als herboren bij na een soortgelijke behandeling.
In de verte horen we traditionele muziek en als we
afdalen in de plaatseljike voetbalarena worden enkele Indiers die op de eerste rij stoeltjes zitten te luisteren wegestuurd en krijgen wij 4 plaatsen toegewezen. Volksdans en muziek lijken hier te leven want het zijn bijna allemaal jongeren de ze uitvoeren.

Van Kalimpong dalen we in 2 uur af naar de India-Nepalse grens bij Kakarbitta waar we in de rij staan om
door een licht geiriteerde ambtenaarzowat alles wat er in ons paspoort staat over te laten schrijven . Aan de Nepalese kant moet ik de grensbewakers uit hun kaartspel halen om voor 40 US$ hun land in te mogen. We willen eigenlijk graag naar Janakpur op een 5 uur busrit afstand maar de weg over de 2 maanden gelegen uit zijn oevers getreden Sapti Kosi is nog niet hersteld. De busronselaars zijn heeeel vervelend en proberen ons mee te sleuren in hun voertuig. Toen bleek dat onze bestemming vandaag niet meer haalbaar was hebben we voor de volgende dag een vlucht naar Kathmandu geboekt.
Tijdens ons hotelverblijf in Kakarbitta kregen we gezelschap van kakkerlakken en muizen maar wat kun je verwachten voor 4 euro per kamer.
Onze reisagent rijdt zelf mee naar het vliegveld in Biratnagar. We betalen hem ter plekke. Zelfs als we vlak voor het scanpoortje staan probeert hij nog wat meer geld af te troggelen. Zo gaat dat hier. De wachtruimte van de luchthaven lijkt een bunker met een hoog plafond met vele uit het lood geslagen ventilatoren. Het vliegtuigje waar we in moeten stappen is van een niet aangeduid merk maar de verf erop is vers en de hostes aardig en mooi. een mooiere begrafenis lijkt niet denkbaar. We krijgen na binnenkomst een snoepje aangeboden en mogen uit een bol een plukje katoen trekken. Tegen het lawaai was dat. Nu heb ik nog nooit zoveel lawaai gehoord als in India maar het geluid dat dit vliegtuigje maakte viel mij reuze mee.

Kathmandu: Shree Tibet Hotel in de Tamel werd onze keuze.
We zijn nu, de 4de November, in Pokhara. Om niet de hele dag achter mijn PDAatje te moeten zitten laat ik het nu hierbij en komt er, hopelijk snel een vervolg.
Veel groeten van ons alle vier.

maandag, oktober 20, 2008

Terneuzen- 21-10-2008- Bouwel

Na wat verschuiven van vluchten gaan we dan toch op pad naar West Bengalen en Nepal voor een 4 weekse trip.
Ons gezelschap: Simone, Madeleine, Willy en Aik. Ja, hetzelfde equipe als begin 2007 naar Zuid-Afrika. (Dat gezelschap moet wel bevallen zijn)


De luxe van Zuid Afrika wordt nu ingeruild voor de Indische chaos die ook de Himalaya bereikt heeft en het serene, wat mystieke, en naïeve Nepal.
De eerste nacht slapen we in Bouwel en gaan in de voorspelde regen naar Dusseldorf.
We vliegen na een nacht in Dehli (Hotel Tara Palace ) naar het West Bengaalse Bagdogra en vandaar naar Darjeeling met een jeep. Kalimpong en Kursuong staan op het programma maar dat hangt af van onze ervaringen. Helemaal in het oosten van Nepal gaan we de grens over en volgen de laagvlakte (de Terai) naar Janakpur. Onze Nepalese gids in 2004, Rami Balharam, adviseert om via het natuurpark Chitwan naar Kathmandu te gaan. Daarna gaan we naar Pokhara en dan op een of andere mannier naar Delhi terug.

In de ochtend komen we aan in Dehli. We moeten onze ogen bewust open houden. De typisch Indische geur van verbrand afval hangt in de vorm van smog over de stad. De grootste en meest lawaaierige wint in het verkeer. Het kent zijn eigen regels.

dinsdag, december 18, 2007

Chang Kong, Thailand 16-12-2007

In Umdoxai waren we met de kippen van stok gekomen. Het wat troosteloze stadje met een minimum aantal bezienswaardigheden en toeristische faciliteiten ontwaakte net toen we samen met bedelende monnnikken naar het busstation liepen. Het was mistig en koud maar we zagen uit naar onze volgende bestemming: Luang Nam Tha (stad -rivier-Tha= stad aan de rivier Tha) De weg erheen is deels verhard en de Chinees ogende chauffeur spaarde met een snelheid van 40 km/u niet alleen zijn bus maar ook ons.
Bij aankomst was de mist verdwenen en wordt het direkt heet. Luang Nam Tha ligt in een grote vallei van zo'n 12 km lengte. Op advies van een Amerikaanse trekken we in het 1 jaar geleden gebouwde Zuela gastenverblijf. De kamers zijn spik en span en het Laotiaanse hardhout omgeeft ons aan 5 zijden. De matrassen maken het herstel van een zware dag een fluitje van een cent. En moe waren we! De eerste indruk van het stadje waarvan de mooist uitziende gebouwen die van de overheid zijn (zoals in veel plaatsen hier) is positief: ruim en rustig, veel eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden.
De volgende dag huren we een Honda 100cc en gaan naar het dorp Chalensouk. We gaan er overnachten bij een lokale (Kmu) familie thuis. Het dorpje ligt niet ver van de grote weg tussen Luang Nam Tha en de grensplaats Houaxai (1 auto per 30 min.) Als we bij het tegen de heuvel aangeplakte dorp aankomen is het een oude man op zijn varanda die zegt dat er 3 lokaties zijn waar mensen zoals wij kunnen verblijven. Ieder huis komt gemiddeld 1 maal per 3 maanden aan de beurt. "Ons" huis is op slot en een lokale onderwjzer zou ons wel verder helpen. Hij leek Engels te kunnen maar zijn brede glimlach bleek een uiting van onbegrip. En hij glimlachte veel. Een 18 jarige bleek 10 x zoveel Engels te kunnen spreken. D.w.z. een 30-tal woorden.
Ons huis, op stelten, wordt naast een jong gezin met 2 jongens ook bewoond door hond, eenden, kippen, varkens en veel spinnen (aan de buitenkant). De keuken is op gelijke hoogte als de woon- en slaapkamer en een stenen plaat voor het open houtvuur voorkomt een binnenbrand. We zitten in de hete zon op de veranda en drinken warm Lao bier. Beneden ons jagen vrouwen de kippen van de drogende rijst, babbelen veel of naaien wat. Hun blikken naar ons verraden dat wij het onderwerp van gesprek zijn. We besluiten het dorpje te gaan verkennen en lopen op kleine paadjes samen met het eerder genoemd klein- en grootvee tussen de huisjes. De mensen zijn vriendelijk en iedereen is met iets bezig. Enkele vrouwen stampen de rijst fijn en een oude man maakt een kruisboog van bamboe. Ze tonen plezier in de belangstelling voor hun werk. Om 3 uur begint het drukker te worden bij de lokale waterpomp. Het zweet wordt er weer eens grondig weggewassen en de kinderen bibberen in de warme middagzon. Ze lachen desondanks. Hun natte huid doet ze glimmen. Ik voel me vies en geniet ook een beetje van het koele heldere water uit de gemeentekraan. Tegen vijf uur begint het te donkeren en om 6 uur worden we aan tafel, op de grond zittend, verwacht. Het zoontje van onze gastvrouw had een half uurtje eerder een kleine kip naar binnen gebracht met de duidelijke opdracht ons zijn vangst niet te laten zien hetgeen hem dus niet lukte. Het kippetje heb ik niet meer gehoord maar was wel al geplukt toen ik het terug zag. De maaltijd werd genuttigd met de opa en de jongen die 30 woorden Engels spreekt. De vrouwen (behalve Simone) en kinderen aten apart. Na het dinee werden foto's bekeken maar toen die rond waren geweest toonde de vriendelijke tanige 61 jarige opa veel interesse in de plaatjes van de LP gids. Simone heeft daarna een 6 tal kinderen tot 10 leren tellen in het Engels en om 8 uur werd ons vloerbed in de kamer gereed gemaakt en ging iedereen slapen. De mannen elders. Het was koud maar we hadden genoeg dekens en onze ervaring met harde bedden speelde in ons voordeel. Om 6 uur moesten we opstaan om op nuchtere maag met een gids de heuvels en rijstvelden te verkennen. Ook onze gids had een gids: " Engels voor ecogidsen". We hebben zaden, bladeren en ander bushfood mogen proeven. Geef mij toch maar de Lao keuken. De koude mist was om 9.00 uur nog niet opgetrokken toen onze glimmende Honda zorgde voor een koude rit terug naar Luang Nam Tha. De overdadige warme douche was meer dan zalig en betekende het einde van een unieke ervaring.
Poedels, petanque en baguettes (van niet-franse kwaliteit): een franse erfenis . Overal vind je ze. Ook poffertjes , des factures, crepes, wafels en Frans sprekende ouderen zijn geen uitzondering. Vele oude en nieuwe gebouwen hebben ook Franse trekken. En dat te weten dat er nooit meer dan 600 Fransen tegelijkertijd in Laos gestationeerd zijn geweest. Nu zijn er beslist meer toeristen met dezelfde nationaliteit.

Vanaf Luang Nam Tha is het 63 km naar Vieng Poukha. Een mooie plek om een trekking te doen. De wind maakt dat we zowat bevriezen op het open vrachtwagentje waarvan de chauffeur vaak de remmen controleert op de mooie maar sterk golvende asfaltweg. Vieng Poukha is een matig groot stoffig dorp omgeven door het Nam Tha nationale park. Doordat we een halve km met de rugzakken naar het trekkingbureau moeten lopen zijn we de kou snel vergeten. In gebrekkig Engels krijgen te horen dat we om 4 uur nog maar eens moeten terugkomen om verder af te spreken. We willen 2 dagen lopen want dat is in Thakek prima bevallen. Om 4 uur blijken er nog meer belangstellenden te zijn en met meer deelnemers wordt het meestal gezellig. Een dikke, erg asociale Fransman lijkt zich in bij ons te willen aansluiten. Zijn gedrag was zo bizar dat we de tocht afgelast hebben. De anderen gingen helaas voor de 3 daagse tour.
Op het terras van ons gastenverblijf kregen we door onze gastvrouw heerlijke vis voorgeschoteld terwijl de de rook van de eerste avondvuurtjes het dal begonnen te vullen.
80 % van de Laotianen wonen op het platte land en een groter percentage maakt s'morgens en s'avonds een houtvuurtje voor de kok. 95% van de huizen is van hout gemaakt. Bye bye bos. De generator stopt om 8 uur dus het wordt bedtijd in ons krakende houten bungalootje. De hemel vult zich met duizende sterren. We ontwaken door de eentonige drup op het zinken dak. Door de mist zien we de zon niet. Dik gekleed krijgen we een Frans-Amerikaans-Laotiaans ontbijt op het open terras dat op het dorp uitkijkt.
Om 9.00 staan we langs de weg en 5 minuten later zijn we met de bus op weg naar de grensplaats Houaxai. We besluiten hier 2 nachtjes te blijven om ons Laotiaans geld (de Kip) op te maken omdat je dat alleen voor krantenpapier kunt inwisselen. Een paar kadootjes en de 700.000 Kip zijn verwerkt.
We waren om 8.00 de eerste die de zich zondagochtend aanmelden bij de Laotiaanse douane en na 1 dollar weekeindtoeslag te hebben betaald mochten voor 8000 Kip ieder de boot over de Mekong nemen naar Thailand. De trip duurt 5 minuten en na ook in Thailand met 10 Baat (25 eurocent) onregelmatig werk dragelijk te hebben gemaakt mochten we de rijke oom van Laos binnen.
Het is hier schoner en welvarender. De groentenkippensoep met rijst als ontbijt was verrukkelijk. De meeste onderkomens liggen ten zuiden van de pier dus wij zochten en vonden Sawadee guesthouse 300 m ten noorden ervan. Een klein paradijs met brede bedden van bamboe, een koninklijk matras en een balkon met uitzicht over de Mekong richting ons verblijf in Laos. Het is ook de overgang van armoede naar (relatieve) rijkdom en de bijzondere gastvrijheid die bij mij een beetje het gevoel van onverdiende luxe geven. Dat is wellicht een kronkel in mijn vroegkinderlijke ontwikkeling. Simone is eveneens erg verrast en stapt met plezier op de mountainbike waarmee we het ontwakende dorp verkennen. De hoofdstraat is waar de bussiness is maar een beetje ervandaan zien we Laotische toestanden.

Dit is het laatste verslag van een bijzondere reis in Azie. We zullen het met de feestdagen wat laten bezinken als we eraan toekomen. We hopen met de verslagjes dat jullie een beetje hebt kunnen meegenieten. Tot spoedig weerzien.

Simone en Aik

zondag, december 09, 2007

Nong Khiaw Neua


De boot is de enige manier om dit dorpje met zijn 150 m lange stoffige hoofdstraat te bereiken. Vele winkeltjes, restaurantjes en gastenverblijven proberen wat te verdienen aan de mensen van elke leeftijd die hier met de smalle lange rivierboten aankomen. Het is maar een uurtje varen over de Nam Ou (nam=rivier in Lao) vanuit Nong Kiauh. De forse rivier heeft vele stroomversnellingen die nogal wat vergen van de boot met zijn omgebouwde Toyota of Isuzu motor. Omsloten door steil karstgebergte bedekt met wouden en stille bedrijvigheid langs de oevers is deze omgeving mooier dan het paradijs. De mensen gebruiken de rivier als wasgelegenheid voor hun bestek, borden en eigen lijf. Het zichzelf wassen is een tijdvergende bezigheid. De dames hullen zich in sarongs en de mannen lijken een voorkeur te hebben voor blauw ondergoed. Alles wordt gewassen en zo nodig geschuurd. In het mistige ochtendgloren waarbij de adem nog condens vormt staan ze zich te reinigen. De rivier vervoert mensen en goederen, zorgt voor water in de elk jaar wegspoelende tuintjes op de oever en er wordt aktief gevist. Ook is het een bron voor vertier. De schoolkinderen peddelen in de bootjes van hun ouders en de zwemmen lijkt geen kunst. Een kampvuurtje behoort ook tot de vermakelijkheden. Kinderen zijn hier nog echt deel van de natuur. Of de ziekten die ze daarbij waarschijnlijk oplopen snel verholpen worden betwijfel ik maar ik heb in ieder geval geen ondervoeding gezien. Zoals gezegd zijn we hier gekomen met de boot. We wilden eigenlijk verder naar Muang Khua maar er waren niet genoeg passagiers. Laotisch reizen heet dat. Ze proberen je wel een boot te verhuren voor $100 per dag (nog niet veel) maar dan zit je alleen als koning en koningin in zo'n ding en dat is minder leuk dan tussen kippen, balen rijst en vriendelijke lokale Lao die hier helaas echt geen Engels kunnen.
De eigenaar van het gastenhuis verzekert ons dat de verse vis door zijn moeder gebakken de beste is die je kunt bedenken. Na het verwijderen van de reuzegraten blijkt dat het vlees gelukkig niet de in Nederland typische zoetwatervissmaak heeft. Na een tweede parade door de stoffige hoofdstraat gaan we om 8 uur met de lokalen te ruste. De generatoren stoppen om 21.00. Om 4.00 klinken de doffe tonen van de tempeltrom en kort daarna de hanencompetitie die langzaam wegebt met het lichter worden. We besluiten de Nam Ou verder op te varen naar Muang Khua. Deels blijkt dat een goede beslissing. De boot wordt gedeeld met 2 Thaise dames die ook trekken met de rugzak, Erika Esveld, een 34 jarige Nederlandse die wat anders wilde zien dan haar computerscherm, en een Zwitserse die ook vrijheid hoog in het vaandel had geschreven. De boot stopte regelmatig om mensen op te laden en anderen in te laten en eenmaal om ons meer geld te vragen. Ja wat moet je dan. De vraag wat er zou gebeuren als we niet betaalden was: niets. Het verzoek kwam zo vriendelijk dat we de kapitein zelfs begonnen te geloven. En 5 uur lang tegen de stroom opvaren voor $60 is ook niet zo veel ook al had ieder slechts een eigen (kinder-)stoeltje waar je niet van af mocht want dan ging de boot uit balans. In Muang Khua schoof onze boot vlak voor het donker op de kiezelstenen van de oever. De enkele gastenverblijven werden gekeurd en geen enkele goed gevonden. Grote vrachtwagens van en naar China rijden door de vieze onverharde straten van het dorp naar de gierpont over de rivier. Alle winkeltjes sluiten om 18.00 als de generator zijn stroom gaat leveren. Het Nam Ou guesthouse heeft zicht op de rivier. De kamers waren niet schoon en de douche donker. De electrische waterverwarming lijkt uit te nodigen voor zelfmoord en de planken bedden van hardhout met een 0,5 cm indrukbaar matras. Veel menseljke aktiveiten werden ongewild gedeeld en zo ook de angsten voor ratten die leidde tot een forse nachtelijke huilparty van onze buurvrouw. Die ratten waren er ook echt. Ongeveer 1 meter beneden mijn bed stond een 120 cm hoge luidsprekerset opgesteld. Je weet wel: zwart met gaasachtig front. Een honderdtal dB moest kennelijk voorkomen dat de leden van een gezelschap op het terras elkaar konden verstaan. Om 21.00 precies viel de stilte maar slapen tgv rattengestrippel, pijnlijke rug en huilende buurvrouw was er niet bij. Ons bootgezelschap verliet zonder tegenzin het dorp op weg naar Umdaxai waar ieder zijn weg zal gaan. Wij gaan daarna naar Luang Nam Tha (zie kaart).